Slechts een jaar nadat President Obama is ingezworen, lijkt het politieke tij gekeerd in Amerika. De waarderingscijfers voor Obama zijn gedaald, in het maatschappelijke debat delven de democraten telkens het onderspit en vorige week ging een belangrijke Senaatszetel in een veilig gewaande staat naar de Republikeinen. Het zit Obama niet mee. Maar het zal voor Obama lastiger zijn om het tij te keren dan je misschien denkt. Obama’s huidige politieke lot is namelijk een direct resultaat van keuzes die hij in het verleden heeft gemaakt om president te worden.
Die keuzes worden helder als je ze vergelijkt met die van een andere democraat die president werd: Bill Clinton. Op het eerste oog lijkt de boodschap waarmee Clinton president werd erg op de boodschap van Obama . In economisch moeilijke tijden hamderde zij op de gevolgen van de laagconjunctuur op de gewone Amerikaan terwijl ze hun tegenstander neerzette als out of touch. Maar er is in ieder geval één fundamenteel verschil tussen de boodschap van Clinton en Obama. Clinton voerde ook een ideologische strijd tegen de republikeinen. Obama nauwelijks; hij voerde vooral een persoonlijke strijd tegen George W. Bush en John McCain.
Obama was een democraat, maar profileerde zich vooral als iemand die boven de twee partijen stond. Hij toonde zich strijdbaar, maar vooral wanneer hij in de verdediging werd gedrukt. En hij had het recept voor wat goed is voor Amerika, maar sprak vooral over wat slecht was voor Amerika.
In 2008 was deze keuze misschien verstandig. Door te polariseren op ideologisch terrein zou zijn overwinning misschien minder groot zijn. Maar het gevolg is dat zijn overwinning door Amerikanen niet werd gezien als een afwijzing van de Republikeinse ideologie. In plaats daarvan werd het gezien als een afkeuring van de machthebbers, die min of meer toevalligerwijs Republikeins waren.
Obama en democraten werden dus gekozen op persoonlijke kwaliteiten. Toen die niet bestand bleken tegen de hoge verwachtingen, kon Obama geen beroep doen op een ideologische mandaat. Nu Obama een jaar president is en ook verantwoordelijk wordt gehouden voor problemen die zijn voorgander heeft veroorzaakt, komt hij erachter dat de oude koers misschien is afgewezen maar er geen draagvlaak of overeenstemming is voor een nieuwe koers.
Kortom: change beloven is makkelijk. Change definiëren en bewerkstelligen is een heel stuk moeilijker. Dat ervaart Obama nu ook.
Victor Vlam | 25-01-2010 | debatblog | reageer!
Wanneer je onterecht wordt aangevallen tijdens een discussie, vergadering of debat, gebruik dan eens dit stappenplan om de aanval effectief te weerleggen.
1. Herhaal eerst het ongeschonden deel van je argument.
2. Pareer de aanval van je tegenstander.
3. Onderstreep nogmaals je eigen argument.
Door eerst het ongeschonden deel van het argument te herhalen, kom je vanaf de eerste seconde sterk en beheerst over. Veel mensen schieten al bij de kleinste aanval in het defensief (”ja, maar…”). Daardoor lijkt het alsof ze uit paniek hun eigen ongelijk niet willen toegeven. Voor de beeldvorming is dat dodelijk.
De volgende stap is om je doelgroep uit te leggen waarom de aanval van de tegenstander onterecht is. Straal ook in de non-verbale communicatie uit dat je rustig bent. Omdat je eerst het ongeschonden deel van je argument hebt herhaald, heb je iets meer tijd gehad om na te denken over je inhoudelijke reactie. Ook al gaat het maar om enkele seconden, die extra denktijd stelt je in staat om beter te reageren.
Ten slotte onderstreep je nogmaals je eigen argument om te laten zien dat jij je niet van de wijs hebt laten brengen door de aanval. Wie zich te veel laat leiden door tegenargumenten brengt onvoldoende zijn eigen argumenten over het voetlicht. Dat zou zonde zijn!
Probeer dus eens dit stappenplan uit om effectief en zelfverzekerd te reageren op een vervelende aanval!
Elke week stuurt Debatrix een overtuigtip waarmee jij je arsenaal aan overtuigingstrategiën kan vergroten. Meld je hier aan om ze elke woensdagmiddag per e-mail te ontvangen!
Victor Vlam | 20-01-2010 | debatblog | reageer!
Een Roemeense presidentskandidaat claimt tijdens een debat slachtoffer te zijn geworden van een negatieve energie-aanval.
“Tijdens het debat…ik zag mensen iets aan de rechterkant van de camera. Ik ben ervan overtuigd dat ze me hebben aangevallen. Ik zag het en ik weet wie ze zijn.” Aan het woord is Mircea Geoana, de verliezer van een verkiezingsdebat. Hij werd niet getroffen door een taart vol uitwerpselen, tot zwijgen gebracht door scherpe woorden of mishandeld met een minitatuur van de Dom van Milaan; negatieve energie deed hem de das om.
Ook zijn vrouw is overtuigd: “Hij werd hard aangevallen. Hij kon zich niet meer concentreren.”
Zouden we hier te maken hebben met een nieuw fenomeen? Het parlementaire debat – ooit een bastion van rede en redelijkheid, van formele logica en semantische drogredenen – wordt blijkbaar bepaald door myserieuze krachten die gewone stervelingen niet kunnen zien en niet kunnen horen. Dat vraagt om bijscholing. Misschien dat de oppositie dan wél grip krijgt op boeienkoning Balkenende, of het gevaar Wilders bestreden kan worden.
Persoonlijk ben ik er namelijk ook van overtuigd dat subtiele, ondefinieerbare vaardigheden een rol spelen tijdens het debat. Gevraagd naar sterke punten als (wedstrijd)debater antwoordde iemand die ik train eens met de verfrissende woorden: “Ik ruik zwakte.” Dat is nog eens een duidelijke kerncompetentie! Ik had direct een zwak voor hem. Vier tips voor beginners om negatieve energie uit te stralen:
Negatieve energie-uitstraling voor beginners:
- Doorbreek de dialoog – een debat ís per definitie al geen gezellige aangelegenheid omdat het in een debat niet de bedoeling is om een opponent te overtuigen maar in plaats daarvan: een derde partij. Maar bij trainingen blijkt behoorlijk vaak dat dit voor mensen behoorlijk counter-intuïtief is: veel mensen hebben de diepgewortelde gewoonte ontwikkeld om zich op een opponent te richten. Degene die er het beste in slaagt om zijn opponent als lucht te behandelen (nauwelijks aan te kijken, het lichaam minstens een kwartslag van opponent weg te draaien enzovoort), heeft vrijwel altijd een streepje voor.
- Stel een ongelegen vraag! – veel mensen hebben het (begin van) een betoog goed voorbereid, en willen hun eerste zinnen imponerend laten klinken. Je kunt de concentratie breken door iemand een vraag te stellen vlak voordat iemand begint met een inleidend betoog. Alexander Pechtold paste deze truc bijvoorbeeld toe bij Geert Wilders tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen door naar de interruptie-microfoon te lopen en Wilders de vraag te stellen: “Bent u er nog?” (refererend naar het feit dat de PVV al een keer was weggelopen tijdens een kamerdebat, zeven moties van wantrouwen heeft ingediend, en zich dus, in algemene zin, vaak ‘onttrekt aan het debat’). Bij een geslepen politicus als Wilders was het effect niet heel groot, maar een onervaren spreker raakt direct van slag.
- Frons – Als uw opponent spreekt, zoekt u natuurlijk wél nadrukkelijk oogcontact. U kijkt verbaasd, kijkt indringend en schudt meewarig het hoofd. Wederom: beginnende sprekers voelen zich hier heel ongemakkelijk door. Mits u met uw rug naar een groot gedeelte van het publiek gedraaid zit, is deze techniek bovendien vrijwel onzichtbaar. Pas wel op voor (foto)camera’s.
- U wenst uw opponent een prettig debat! – Eén verschil tussen jullie beiden: u bent buitengewoon kalm en zelfverzekerd, en laat uw grootste glimlach zien. Terwijl uw opponent zich in stilte wil concentreren, vindt u het tijd voor small talk. Eventueel onthult u een stukje van uw strategie – maar dan natuurlijk niet uw échte strategie.
Meer tips en trucs op het gebied van negatieve-energie-uitstraling? Laat het hieronder weten: ik ben bijzonder benieuwd!
Eric Stam is debattrainer bij Debatrix. Hij is voormalig Nederlands kampioen debatteren en heeft meer dan 2000 verschillende studenten, scholieren, politici en professionals getraind op het gebied van communicatie en debat.
Eric Stam | 19-01-2010 | debatblog | reageer!
De PvdA besloot uiteindelijk niet te breken, maar wat had u gedaan? Politici die twijfelen over het opblazen van de regeringscoalitie kunnen vanaf vandaag een beroep doen op BreekWijzer.nl, een politiek kompas. Breken biedt kansen maar draagt ook risico’s met zich mee. Aan de hand van stellingen, adviezen van doorgewinterde spindoctors en Machiavellistische logica kunt u zien of het verstandig is om te breken met uw coalitiepartners.
“Wie breekt betaalt”, wordt vaak gezegd in Den Haag. Maar dat is zeker niet altijd waar. Zo won de VVD zetels in 2002 toen het de stekker uit de coalitie met het CDA en de LPF trok. Breken is dus een van de moeilijkste keuzes uit het bestaan van menig politicus. Met de komst van Breekwijzer.nl is slim breken nu ook weggelegd voor middelmatige politici.
Lars Duursma | 14-01-2010 | debatblog | reageer!
De lengte van een zin is het belangrijkste verschil tussen een gesproken en een geschreven tekst. Wanneer je spreekt in het openbaar doe je er goed aan om korte zinnen te gebruiken. Een luisteraar heeft namelijk niet de mogelijkheid om het stukje terug te lezen dat hij in eerste instantie niet heeft begrepen. Kortere zinnen zorgen er dus voor dat je toehoorders je beter begrijpen. En het klinkt ook nog eens natuurlijker.
Als je er voor kiest om je speech eerst helemaal uit te schrijven, schrijf hem dan altijd uit in spreektaal. Doorgaans wordt aangeraden om zo’n 14 woorden per zin te gebruiken. Maar je wil natuurlijk wel de lengte van zinnen variëren om te voorkomen dat je verhaal te monotoon wordt.
Dat geschreven teksten langere zinnen bevatten is eigenlijk ook logisch. Als je spreekt communiceer je met meer dan alleen woorden. Je gebruikt je gezicht, stem en lichaam om de betekenis van wat je zegt te verduidelijken. Een geschreven tekst biedt die mogelijkheden niet. Om dan hetzelfde te zeggen, heb je dus ook meer woorden nodig.
Elke week stuurt Debatrix een overtuigtip waarmee jij je arsenaal aan overtuigingstrategiën kan vergroten. Meld je hier aan om ze elke woensdagmiddag per e-mail te ontvangen!
Victor Vlam | 13-01-2010 | debatblog | reageer!